Over indirecte belastingen

Indirecte belastingen nemen een steeds belangrijkere positie in binnen het fiscale spectrum. Zo is in verschillende lidstaten, waaronder Nederland en Duitsland, een verschuiving opgetreden van directe belastingen naar indirecte belastingen. Kenmerkend voor indirecte belastingen is dat de feitelijke handelingen van belastingplichtigen van groot belang zijn. Dat maakt de indirecte belastingen ook zo boeiend en afwisselend. Onder indirecte belastingen vallen bijvoorbeeld BTW, douanerechten, accijnzen en energiebelasting.

Introductie indirecte belastingen

Belastingen kunnen worden verdeeld in indirecte belastingen en directe belastingen. Het kenmerkende verschil is dat indirecte belastingen op een indirecte wijze worden geheven, dus niet van degene die de uiteindelijke belastingdrager is. Onder indirecte belastingen vallen onder meer: BTW, douanerechten, accijnzen, belastingen op milieugrondslag (waaronder de energiebelasting). Daarvan is de BTW veruit de belangrijkste heffing. In het accent indirecte belastingen wordt dan ook in het bijzonder aandacht besteed aan de BTW. Daarnaast komen in het bijzonder douanerechten, accijnzen en energiebelasting aan de orde.

BTW

De BTW (Belasting over de Toegevoegde Waarde), beoogt het consumptief verbruik van goederen en diensten te belasten. Binnen het stelsel van de BTW geschiedt de heffing over meerdere schakels. In iedere schakel in een productieketen brengt een ondernemer aan zijn afnemer BTW in rekening. Zijn deze afnemers belastingplichtigen dan kunnen deze de aan hen in rekening gebrachte BTW (de voorbelasting) verrekenen met de door hen, (op de levering aan de volgende schakel in een productieketen), verschuldigde BTW. Op deze wijze vindt bij iedere productieschakel een heffing plaats over de 'toegevoegde waarde'. Uiteindelijk wordt de belasting in rekening gebracht aan de consument, die geen recht op aftrek van voorbelasting heeft.

De nationale BTW-wetgevingen van de EU-lidstaten zijn gebaseerd op Europese richtlijnen. De lidstaten van de EU dienen bij hun nationale wetgevingen rekening te houden met deze richtlijnen. De introductie van het BTW-stelsel per 1 januari 1969 is gebaseerd op de Eerste en Tweede Europese BTW richtlijn en is later verder geharmoniseerd. Met name de Zesde BTW richtlijn welke in Nederland met ingang van 1 januari 1979 heeft geleid tot belangrijke aanpassingen in de Nederlandse wetgeving neemt een belangrijke positie in. Per 1 januari 2007 is de Zesde richtlijn vervanging door de BTW-richtlijn. De bepalingen van deze BTW-richtlijn dienen door de lidstaten in de nationale wetgevingen te worden vertaald waarbij op elementen afwijkingen aanvaardbaar zijn, mits het resultaat gelijk is. De Europese dimensie van de BTW maakt de belasting zo boeiend en uitdagend.

Douanerechten

Bij invoer, doorvoer of uitvoer van goederen krijgen ondernemingen of particulieren te maken met het douanerecht. De ene keer is dat echter meer merkbaar dan de andere keer. Zo is een bedrijf dat goederen invoert via de Rotterdamse haven en te maken krijgt met een controle van de goederen waarbij gebruik wordt gemaakt van de containerscan zich bewust van de aanwezigheid van de douane (en daarmee van het douanerecht). Maar een reiziger die op Schiphol door het groene poortje 'niets aan te geven' loopt zal zich in vele gevallen niet bewust zijn van het feit dat hij in feite een aangifte ten invoer doet waarbij er geen rechten bij invoer verschuldigd zijn.

Het douanerecht is een breed en gevarieerd rechtsgebied en heeft betrekking op grensoverschrijdende goederenbewegingen. Een grensoverschrijdende goederenbeweging kan worden opgevat als een overschrijding van de grens tussen het douanegebied van de EU en een buiten het douanegebied gelegen land, ook wel een derdeland genoemd. De heffing van douanerechten is volledig geharmoniseerd. Douanerechten worden geheven op basis van een Europese verordening, het Communautaire Douanewetboek (CDW). Het douanerecht is zo boeiend, omdat het niet gaat om de financiële stromen maar om de daadwerkelijke goederenstromen. Bij douanerechten gaat het om de fysieke producten.

Accijnzen

Accijnzen zijn belastingen die worden geheven op de verkoop van bepaalde goederen. Voorbeelden van accijnzen zijn accijns op alcoholhoudende dranken, tabak en brandstoffen. Het doel van accijnzen is enerzijds het gebruik van bepaalde zaken te ontmoedigen, anderzijds inkomsten voor de staat te verschaffen. Net als de heffing van BTW is de heffing van accijnzen gebaseerd op een Europese richtlijn, de Accijnsrichtlijn. De heffing van accijns kan samenlopen met de heffing van douanerechten als het gaat om de invoer van accijnsgoederen uit derde landen (landen die niet tot de EU behoren).

Energiebelasting

De energiebelasting is een belasting op milieugrondslag. De energiebelasting beoogt het verbruik van energie (aardgas, elektriciteit en bepaalde minerale oliën) te belasten. Het doel van de energiebelasting is CO2-emissies te verminderen en het verbruik van energie te verminderen. De belasting wordt op indirecte wijze geheven. De energieleverancier dient de belasting dus aan de fiscus te voldoen. De energieleverancier dient de belasting vervolgens aan de energieverbruiker door te berekenen. Via onder andere een verlaging in de loon- en inkomstenbelasting wordt de opbrengst van de energiebelasting teruggesluisd naar de belastingbetaler. Een klein deel van de belastingopbrengsten uit de energiebelasting wordt besteed aan het stimuleren van duurzame energiebronnen.